|
Uilen Strigidae |
Teksthistorie
Gemaakt op 12-2-2002, gewijzigd
24-10-2003
Steenuil Athene noctua vidalii
Vrij schaarse broedvogel. Standvogel.

Steenuil, Leenderstrijp ; 7-6-2008 (Marijn
Heuts)
Bosuil Strix aluco aluco
Vrij talrijke broedvogel. Standvogel.

Bosuil, Westelbeers Broek
: 28-4-2006 (Lex Peeters)
Voorkomen als broedvogel
In de
jaren 60 en 70 van slechts enkele locaties bekend. Sinds het begin van de jaren
80 is de Bosuil zowel wat aantallen als verspreiding betreft spectaculair toegenomen. In
1986, 1992, 1996 en 2002 zijn speciale Bosuilinventarisaties gehouden. Op basis
hiervan wordt het aantal territoria in de Kempen als volgt geschat: 1986 75-100
pr (Wouters 1987), 1992 225-275 pr (Wouters 1992), 1996 425-500 pr (Wouters
1997) en 2002 525-600 pr (PWo).
Literatuur
Wouters, P. 1987. Het voorkomen van de Bosuil als broedvogel in de Kempen in
1986. Roodborsttapuit 6(1): 35-39.
Wouters, P. 1992. De Bosuil in de Kempen in 1991: een successtory. Blauwe
Klauwier 18(4): 10-15.
Wouters, P. 1997. De Bosuil in de Kempen: van zeldzaamheid naar alledaagse
soort. Blauwe Klauwier 23(2): 35-50.
Ransuil Asio otus otus
Vrij schaarse broedvogel. Standvogel.

Ransuil (onv),
Coevering/Geldrop ; 26-7-2003 (Robert Kastelijn)
Velduil Asio flammeus flammeus
Voormalige broedvogel. Onregelmatige doortrekker in uiterst klein aantal.
Velduil, Loozerheide/Budel Dorplein ;
29-4-2007 (Ruud Bouwman)
Voorkomen als broedvogel
Broedgevallen
zijn bekend van de Neterselse Heide (1971 nest met jongen, 1974 nest met 4
eieren, 1975 zeker broedgeval), de Landschotse Heide (1971 zeker broedgeval,
1975 nest met 3 jongen), de Reuselse Moeren (1968), Goorbroek/Westerhoven
(1979 mogelijk broedgeval) en het Leenderbos/Groote Hei/Soerendonks Goor gebied
(1968).
Voorkomen als niet-broedvogel
Verspreiding en habitat. Vooral op uitgestrekte, rustige terreinen (m.n. Strabrechtse Heide en Loozerheide/Budel-Dorplein), incidenteel ook in moerasgebieden en op industrieterreinen.
Seizoensverloop,
aantallen en trends. De Velduil trekt onregelmatig door in voor- en najaar
met een voorkeur voor resp. mei en oktober. De uiterste data zijn 4 april en 13
november. Er is één winterwaarneming bekend (7 januari 1985 Neterselse Heide).
Ook waarnemingen in de zomer (juni-augustus) zijn zeer uitzonderlijk.
Langdurig
pleisteren is slechts één keer vastgesteld (mei t/m 6 juni 1998 Klotputten/Eindhoven).
Op 13 oktober 2002 verbleven 3 ex bijeen op de Loozerheide/Budel-Dorplein.
Seizoensverloop Velduil tot 2004 (n=42)

Ruigpootuil Aegolius funereus funereus
Dwaalgast.
In maart 1976 was een roepende man aanwezig in de Boswachterij Hapert (NVe, GSa, MMa, WvdVo e.a.). De vogel werd o.a. gehoord op 15, 16, 18 en 21 maart en werd ook gezien. Van de roep van deze vogel is een bandopname beschikbaar.
Voorts zijn er twee meldingen van kortstondig roepende mannen (beide in het Leenderbos) waarbij niet duidelijk is of dit valide gevallen zijn.
Dwerguil Glaucidium passerinum
Dwaalgast.
Dwerguil, Leenderbos ; 11-2-2008 (Rob
Bouwman)
|
10 t/m 11-02-2008 (A) |
Leenderbos, omgeving Dorven |
1 ex. |
CKu, JKu, e.v.a. |